Lezingen en overweging

Zevenentwintigste
 zondag door het jaar

Lezingen (C jaar)

Habakuk 1, 2-3 + 2, 2-4: tussenpsalm 95, 1-2 + 6-9: 2 Timoteüs 1, 6-8 + 13-14
Evangelie volgens Lucas 17, 5-10

Overweging

Hoelang moet ik nog roepen, Heer?  

Dit is de openingszin van de eerste lezing van vandaag. De zin gaat verder: "terwijl U maar niet luistert. Hoelang moet ik nog 'geweld!' tegen U schreeuwen, terwijl U maar geen uitkomst brengt? Waarom laat U mij onrecht zien en ziet U die ellende maar aan?". Waarom moeten wij leven te midden van geweld, verdrukking en tweedracht?

Ieder van ons heeft wel eens vragen gesteld, en misschien hebben we ze ook al op een andere manier horen stellen, namelijk: 'Als God bestond, zou Hij dat allemaal niet toelaten'. Het zijn vragen die van heel diep komen, want ze gaan over dingen die ons diep in het diepste zelf aangrijpen: leven en dood, geweld en onderdrukking, rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid, schandalige rijkdom en mensonwaardige armoede, en de dagelijks televisiebeelden die er niet om liegen. Bij dit alles stellen wij vaak de vraag: 'God waarom? God, waar zijt Gij? Waarom doe U er niets aan?'

Op deze vragen zijn twee antwoorden. Een menselijke en een goddelijke.

Eerst de mensellijke.
En dat is zeer eenvoudig: niet God, wel de mens is verantwoordelijk voor veruit het meeste lijden. De mens brandt, plundert en hongert de medemens uit. Niet God heeft de wapens gemaakt, maar wel de mens. De mens weet niet op een juiste wijze met zijn verantwoordelijkheid om te gaan. Het machtsmisbruik van de mens veroorzaakt oorlog en onderdukking [denkt u maar aan Rusland met zijn honger naar meer land]. We moeten ophouden om God hiervan de schuld te geven. We moeten te raden gaan bij ons zelf.

Nu de goddelijke.
Luisteren we wel naar wat God van ons vraagt? God wil het kwade niet, Hij wil het GOEDE. 'Blijf maar geloven', zegt Hij tegen Habakuk, 'Ik breng het wel in orde'. Zoals wel meer het geval is, stuurt de Heer het een beetje bij, want Hij zegt: 'Al blijft het uit, geef het wachten niet op, want komen doet het beslist en het komt niet te laat'.

Niet God moet het voor ons oplossen, dat moeten wij zelf doen, met Gods hulp. Geloven alleen is niet voldoende, we moeten doen. Het is een opdracht aan ons. Wat doen we als geloofsgemeenschap hieraan? Wij moeten alles nieuw maken, alles vredevol maken. We mogen de boodschap niet uit het oog verliezen.

'Als de geloofsgemeenschap niets doet, dient zij nergen voor' (Mgr. Jaques Gaillot).


Bijbelvertaling; KBS en/of Naardense Bijbel. 

U kunt de link volgen voor de: Liturgie in de Heilige Eucharistie.

Gebed

Goede en barmhartige God,
U weet het: hoe wij ons kunnen inspannen
om te doen wat gedaan moet worden,
en dat we dan op ons onvermogen stuiten,
ons tekortschieten, onze onmacht.
Wij bidden U: kom ons tegemoet,
spreek uw bevrijdend Woord
en wijs ons de weg, de weg van het geloof
en de overgave aan U en aan uw Zoon,
want alleen in Hem is ons heil,
vandaag en onze dagen. Amen.

Altaar missaal: 'Stichting in uw midden'.

©OKG 2 oktober 2022